ECLI:NL:RVS:2017:1106

Raad van State

Datum uitspraak
12 april 2017
Publicatiedatum
19 april 2017
Zaaknummer
201703041/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen opheffing vreemdelingenbewaring

Bij besluit van 23 maart 2017 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag heeft op 12 april 2017 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de opheffing van de bewaring bevolen, tevens werd schadevergoeding toegekend.

De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie verzocht vervolgens de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de maatregel van bewaring niet direct opgeheven zou worden.

De voorzieningenrechter heeft bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de maatregel van bewaring niet hoeft te worden opgeheven totdat het hoger beroep is behandeld en uitspraak is gedaan, nadat de vreemdeling de gelegenheid heeft gekregen te reageren op het verzoek. Hiermee wordt voorkomen dat het intrekken van de bewaring mogelijk onherstelbare gevolgen veroorzaakt.

Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring blijft gehandhaafd totdat het hoger beroep is beslist en de vreemdeling heeft kunnen reageren.

Uitspraak

201703041/2/V3.
Datum uitspraak: 12 april 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 12 april 2017 in zaak nr. 17/6590 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 23 maart 2017 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.
Bij uitspraak van 12 april 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en de vreemdeling schadevergoeding toegekend.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft de staatssecretaris de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het verzoek heeft geen verdere strekking dan dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de staatssecretaris in afwachting van de uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep geen gevolg hoeft te geven aan het bevel van de rechtbank. Indien de staatssecretaris gehouden is dat wel te doen bestaat de aanzienlijke kans dat zulks tot gevolgen leidt die niet dan wel slechts bezwaarlijk zijn te redresseren.
2. De voorzieningenrechter ziet aanleiding te bepalen dat de maatregel van bewaring niet hoeft te worden opgeheven totdat uitspraak is gedaan nadat de vreemdeling de gelegenheid heeft gekregen op het verzoek te reageren.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de maatregel van bewaring niet hoeft te worden opgeheven totdat uitspraak is gedaan nadat de vreemdeling de gelegenheid heeft gekregen op het verzoek te reageren.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Nieuwenhuizen, griffier.
w.g. Verheij w.g. Nieuwenhuizen
voorzieningenrechter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 april 2017
633.