ECLI:NL:RVS:2017:1129
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.A.C. Slump
- J.Th. Drop
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen instemming saneringsplan bodemverontreiniging Schansstraat Terheijden
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant stemde op 1 maart 2016 in met een saneringsplan voor bodemverontreiniging op het perceel Schansstraat 15-17 te Terheijden. Het plan richt zich op het verwijderen van verontreinigde grond met koper, lood en PAK onder een asbesthoudende ophooglaag die niet onder de Wet bodembescherming valt.
Appellant, wonende naast het perceel, stelde beroep in tegen het besluit uit vrees voor schadelijke gevolgen van de sanering en vermeende tegenstrijdigheden in het besluit. Hij betoogde onder meer dat de ophooglaag onterecht buiten de sanering werd gelaten, dat het besluit tegenstrijdig was over restverontreiniging, dat verspreiding van verontreiniging onvoldoende werd onderkend en dat asbestvervuiling in de bodem niet adequaat werd aangepakt.
De Raad oordeelde dat de ophooglaag terecht niet onder de Wet bodembescherming valt en dat het college niet verplicht was een koppeling met de ministeriële besluitvorming te maken. De saneringsdoelstellingen zijn conform de wet en beleidsrichtlijnen gesteld, waarbij de bodem geschikt wordt gemaakt voor het beoogde gebruik en restverontreiniging binnen aanvaardbare grenzen blijft. Verder is de verontreiniging immobiel en is het risico op verspreiding klein. Het saneringsplan bevat voldoende maatregelen voor asbestdetectie en opslag van verontreinigde grond.
De Raad vond geen tegenstrijdigheden in het besluit en geen aanleiding tot het opleggen van aanvullende voorschriften. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het collegebesluit tot instemming met het saneringsplan is ongegrond verklaard.