ECLI:NL:RVS:2017:1136
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- G.T.J.M. Jurgens
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering paspoort wegens onzorgvuldige vernietiging bewijsstuk
Appellant vroeg op 6 mei 2014 een nieuw nationaal paspoort aan, waarbij zij haar oude, beschadigde paspoort inleverde. De minister liet het paspoort onderzoeken door een documentdeskundige die concludeerde dat in- en uitreisstempels waren verwijderd, wat leidde tot opname in het Register Paspoortsignalering en weigering van het nieuwe paspoort.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het onderzoeksrapport onjuist was en dat zij geen onevenredige benadeling had ondervonden. Appellant stelde in hoger beroep dat zij geen tegenonderzoek kon laten verrichten omdat het paspoort was vernietigd, en dat hierdoor haar rechten op een eerlijk proces waren geschonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de vernietiging van het paspoort onzorgvuldig was omdat appellant daardoor de mogelijkheid tot tegenonderzoek werd ontnomen. Dit was een schending van haar rechten, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard, de eerdere uitspraak en het besluit van de minister werden vernietigd. De minister moet een nieuw besluit nemen en proceskosten vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van het paspoort wordt vernietigd.