ECLI:NL:RVS:2017:1160

Raad van State

Datum uitspraak
25 april 2017
Publicatiedatum
26 april 2017
Zaaknummer
201702668/1/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:24 AwbArt. 69 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening hogerberoepschrift in vreemdelingenzaak

De staatssecretaris wees op 16 februari 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond op 23 maart 2017. De vreemdeling stelde hoger beroep in en betwistte dat het hogerberoepschrift te laat was ingediend.

De Raad van State overwoog dat de termijn voor het instellen van hoger beroep op 30 maart 2017 eindigde. Het faxapparaat van de Raad van State registreerde de ontvangst van het hogerberoepschrift op 31 maart 2017 om 00:00:32 uur. De vreemdeling voerde aan dat haar eigen faxapparaat het verzenden op 30 maart 2017 om 23:57 uur registreerde, maar dit was onvoldoende bewijs voor tijdige indiening.

De Raad van State benadrukte dat bij verzending per fax de ontvangstregistratie bij de Raad van State doorslaggevend is. Omdat het hogerberoepschrift te laat was ontvangen, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het hogerberoepschrift per fax.

Uitspraak

201702668/1/V2.
Datum uitspraak: 25 april 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 23 maart 2017 in zaak nr. 17/4358 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop
Bij besluit van 16 februari 2017 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 23 maart 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.A. Welling, advocaat te Wageningen, hoger beroep ingesteld.
Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de vreemdeling zich nader uitgelaten.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van Pro de Awb, vangt de termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift aan met ingang van de dag na die, waarop de aangevallen uitspraak op voorgeschreven wijze bekend is gemaakt.
Ingevolge artikel 69, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, voor zover thans van belang, bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift een weken.
2.    De aangevallen uitspraak is verzonden op 23 maart 2017, zodat de termijn voor het instellen van hoger beroep op 30 maart 2017 is geëindigd.  De ontvangst van het door de vreemdeling per faxbericht verzonden hogerberoepschrift is volgens het journaal van het faxapparaat van de Raad van State op 31 maart 2017 om 00:00:32 uur aangevangen.
De vreemdeling heeft gesteld dat zij het hogerberoepschrift tijdig heeft ingediend, omdat volgens een door haar overgelegd faxbevestigingsrapport van het faxapparaat van haar gemachtigde het verzenden van het faxbericht op 30 maart 2017 om 23:57 uur is aangevangen.
De registratie van de verzendtijd door het eigen faxapparaat is echter als zodanig onvoldoende voor het oordeel dat het hogerberoepschrift voor afloop van de termijn is verzonden. Bij verzending van een hogerberoepschrift per faxbericht wordt aan de ontvangstregistratie doorslaggevende betekenis toegekend voor de vraag of het hoger beroep tijdig is ingesteld. Door van die techniek gebruik te maken, maakt de indiener zich voor de beantwoording van die vraag afhankelijk van die registratie (zie de uitspraak van de Afdeling van 18 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:3981). Het per faxbericht verzonden hogerberoepschrift is dus te laat ingediend.
3.    Nu niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de vreemdeling in verzuim is geweest, is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier.
w.g. Verheij    w.g. Graat
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 april 2017
802.