ECLI:NL:RVS:2017:1184
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- H.G. Sevenster
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving illegale betonfabriek ondanks beroep en bijzondere omstandigheden
Het college van burgemeester en wethouders van Barneveld legde op 20 april 2012 lasten onder bestuursdwang op aan BPN B.V. en andere partijen wegens illegale bebouwing en gebruik van percelen aan de Wesselseweg 132 te Kootwijkerbroek, waar een betonfabriek zonder vergunning en in strijd met de agrarische bestemming is gevestigd.
Na afwijzing van bezwaar en beroep bij de rechtbank Gelderland, stelde BPN B.V. en andere hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zij voerden onder meer aan dat bijzondere omstandigheden, waaronder een eerdere overeenkomst over verplaatsing en het zogenoemde '1 januari 1988'-beleid, handhaving onredelijk maakten.
De Afdeling oordeelde dat deze omstandigheden geen grond vormen om af te zien van handhaving. Het college had terecht het bezwaar van enkele appellanten niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang. Ook was de begunstigingstermijn toereikend en was er geen sprake van willekeur of onevenredigheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; handhaving tegen de illegale betonfabriek blijft in stand.