ECLI:NL:RVS:2017:1243
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen handhavingsbesluit paardenrijbak zonder vergunning
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Enschede om niet handhavend op te treden tegen de aanleg van een paardenrijbak zonder omgevingsvergunning op een perceel nabij hun woning. Het college had eerder een dwangsom opgelegd om het gebruik van de rijbak te staken, maar verleende later alsnog een omgevingsvergunning voor het gebruik van de rijbak.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen het handhavingsbesluit niet-ontvankelijk omdat zij geen belang meer hadden, nu de vergunning was verleend. Appellanten stelden in hoger beroep dat de vergunning ten onrechte was verleend en dat handhaving daarom alsnog noodzakelijk was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vergunning terecht was verleend, zoals ook bevestigd in een gelijktijdige uitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1207). Hierdoor was het beroep van appellanten tegen het handhavingsbesluit terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.