ECLI:NL:RVS:2017:1271

Raad van State

Datum uitspraak
17 mei 2017
Publicatiedatum
17 mei 2017
Zaaknummer
201605002/1/A1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:1 AwbAfvalstoffenverordening Rotterdam 2009
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen spoedeisende bestuursdwang voor onjuist aanbieden huishoudelijk afval

Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 4 april 2016 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een vuilniszak te verwijderen die naast een ondergrondse afvalcontainer was aangetroffen. De vuilniszak bevatte reclamedrukwerk met de naam en het adres van appellante, waardoor het college aannam dat zij de overtreding had begaan door het afval onjuist aan te bieden.

Appellante betwist dit en stelt dat het reclamedrukwerk mogelijk bij haar grofvuil is terechtgekomen en dat zij geen Komo-zakken gebruikt, terwijl de aangetroffen vuilniszak wel van dat type was. Het college heeft het bezwaar van appellante ongegrond verklaard, waarna appellante beroep instelde bij de Raad van State.

De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat degene tot wie een afvalstof kan worden herleid in principe als overtreder wordt beschouwd, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat diegene niet de overtreding heeft begaan. Appellante heeft dit niet voldoende aannemelijk gemaakt. De instructie aan verbalisanten om alleen ongeopende zakken te controleren en de onvoldoende onderbouwing van appellante leiden tot de conclusie dat het college terecht heeft gehandeld.

Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

201605002/1/A1.
Datum uitspraak: 17 mei 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellante], wonend te Rotterdam,
en
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 8 april 2016 heeft het college zijn beslissing om op 4 april 2016 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 (hierna: de Afvalstoffenverordening) op onjuiste wijze aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten een bedrag van € 125,00, voor rekening van [appellante] komen.
Bij besluit van 22 juni 2016 heeft het college het door [appellante] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 april 2017, waar [appellante], vergezeld door [persoon] en het college, vertegenwoordigd door mr. G.L. Andriessen-Bermudez Escobar, zijn verschenen.
Overwegingen
1.    De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een vuilniszak die op 4 april 2016 is aangetroffen naast een ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van de Hendrick Croesinckstraat 16 te Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de vuilniszak in strijd met de Afvalstoffenverordening ter inzameling heeft aangeboden, omdat in de vuilniszak, van het type Komo, reclamedrukwerk is aangetroffen met daarop haar naam en adresgegevens. Volgens het college kunnen de kosten voor de verwijdering van de vuilniszak daarom op haar als overtreder worden verhaald.
2.    [appellante] betwist dat zij de overtreding heeft begaan. Zij vermoedt dat het aangetroffen reclamedrukwerk tussen het door haar op 4 april 2016 aangeboden grofvuil is terecht gekomen en dat de verbalisant ten onrechte de conclusie heeft getrokken dat dit reclamedrukwerk uit de aangetroffen vuilniszak afkomstig is. Daartoe voert zij voorts aan dat de aangetroffen vuilniszak een Komo-zak betrof, terwijl zij geen beschikking heeft over Komo-zakken en dat zij haar afval altijd op juiste wijze weggooit en ook andere mensen aanspreekt op hun verantwoordelijkheid om afval op de juiste wijze aan te leveren.
2.1.    Artikel 5:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht luidt:
"Onder overtreder wordt verstaan: degene die de overtreding pleegt of medepleegt."
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, uitspraak van 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:481, mag in de regel worden aangenomen dat de persoon tot wie een aangetroffen afvalstof kan worden herleid, ook de overtreder is. Dit geldt echter niet indien diegene aannemelijk maakt dat hij niet degene is geweest die het te handhaven voorschrift heeft geschonden.
2.2.    [appellante] heeft niet met de door haar gestelde omstandigheden aannemelijk gemaakt dat zij niet degene is geweest die de huisvuilzak onjuist heeft aangeboden.
De stelling van [appellante] dat zij haar vuilniszakken nooit naast de container plaats en dat het reclamedrukwerk bij het door haar bij de Roteb aangekondigde grofvuil terecht kan zijn gekomen, is onvoldoende om aannemelijk te achten dat zij niet degene is geweest die de vuilniszak op onjuiste wijze heeft aangeboden. Hierbij is van belang dat het college ter zitting van de Afdeling heeft toegelicht dat de verbalisanten zijn geïnstrueerd uitsluitend ongeopende zakken te controleren op daarin aanwezige stukken met adressen om onjuiste aanschrijvingen te voorkomen. Ook de stelling van [appellante] dat zij geen Komo-zakken, maar andere soortgelijke vuilniszakken gebruikt, is onvoldoende om aannemelijk te achten dat zij niet degene is die de vuilniszak verkeerd heeft aangeboden.
De conclusie is dat het college [appellante] terecht heeft aangemerkt als overtreder.
Het betoog faalt.
3.    Het beroep is ongegrond.
4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. R. Uylenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Vermeulen, griffier.
w.g. Uylenburg    w.g. Vermeulen
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 mei 2017
700.