ECLI:NL:RVS:2017:1271
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen spoedeisende bestuursdwang voor onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 4 april 2016 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een vuilniszak te verwijderen die naast een ondergrondse afvalcontainer was aangetroffen. De vuilniszak bevatte reclamedrukwerk met de naam en het adres van appellante, waardoor het college aannam dat zij de overtreding had begaan door het afval onjuist aan te bieden.
Appellante betwist dit en stelt dat het reclamedrukwerk mogelijk bij haar grofvuil is terechtgekomen en dat zij geen Komo-zakken gebruikt, terwijl de aangetroffen vuilniszak wel van dat type was. Het college heeft het bezwaar van appellante ongegrond verklaard, waarna appellante beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat degene tot wie een afvalstof kan worden herleid in principe als overtreder wordt beschouwd, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat diegene niet de overtreding heeft begaan. Appellante heeft dit niet voldoende aannemelijk gemaakt. De instructie aan verbalisanten om alleen ongeopende zakken te controleren en de onvoldoende onderbouwing van appellante leiden tot de conclusie dat het college terecht heeft gehandeld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.