ECLI:NL:RVS:2017:1281
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- W.D.M. van Diepenbeek
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering bouwvergunning ligboxenstal wegens onjuiste grondbeoordeling
Het college van burgemeester en wethouders van Landerd weigerde aan appellante een bouwvergunning voor een ligboxenstal voor 900 melkkoeien op een perceel in Schaijk te verlenen. Deze weigering werd bevestigd bij bezwaar en door de rechtbank Oost-Brabant. Appellante stelde dat het college ten onrechte de grondbehoefte van de geitenhouderij had meegerekend bij de beoordeling van het bouwplan.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het college geen rekening had gehouden met een eerder verleende vrijstelling voor het niet-grondgebonden houden van geiten op het perceel, waardoor onterecht werd aangenomen dat de grond niet toereikend was. De Afdeling oordeelde dat de grond die voor de geitenhouderij wordt gebruikt, niet mag worden meegerekend bij de beoordeling van de grondgebondenheid van de melkkoeienstal.
De rechtbank had ten onrechte het standpunt van het college gevolgd en de grondbehoefte van de geiten betrokken bij de beoordeling. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de juiste grondbeoordeling. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de bouwvergunning wordt vernietigd.