ECLI:NL:RVS:2017:1297
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering huurtoeslag voor woonboot wegens niet voldoen aan wettelijke voorwaarden
Appellant huurde van september 2011 tot juni 2014 een woonboot in Groningen en ontving vanaf september 2011 voorschotten huurtoeslag. De Belastingdienst beëindigde in april 2014 de huurtoeslag per 1 januari 2012 en vorderde terugbetaling wegens het ontbreken van de vereiste kwalificatie van de woonboot als waterwoning.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens schending van het hoor- en wederhoorbeginsel, maar handhaafde de rechtsgevolgen, waardoor appellant geen huurtoeslag kreeg over 2012-2014. Appellant stelde hoger beroep in en voerde aan dat de Belastingdienst het vertrouwensbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden, omdat hij niet was geïnformeerd over het ontbreken van recht op toeslag voor woonboten.
De Raad van State oordeelde dat geen sprake was van een concrete en ondubbelzinnige toezegging door de Belastingdienst en dat de brochure en website slechts hulpmiddelen zijn, waarbij de wet bepalend is. Tevens rust op de aanvrager de plicht om te controleren of aan de voorwaarden wordt voldaan. De Belastingdienst hoefde de BAG-registers niet te raadplegen en had geen plicht tot actieve informatieverstrekking.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellant geen recht heeft op huurtoeslag over de jaren 2012-2014 en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en uitspraak rechtbank bevestigd; geen recht op huurtoeslag voor woonboot.