ECLI:NL:RVS:2017:1308

Raad van State

Datum uitspraak
17 mei 2017
Publicatiedatum
17 mei 2017
Zaaknummer
201608276/1/R3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • D.J.C. van den Broek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 AwbArt. 382 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening bestemmingsplan N34 Hardenberg - Coevorden

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek van appellante tot herziening van de uitspraak van 28 september 2016, waarin haar beroep tegen het bestemmingsplan 'Hardenberg, N34, J.C. Kellerlaan - Coevorden' ongegrond was verklaard.

Appellante betoogde dat het voorkeursalternatief voor de herinrichting van de N34, vastgesteld door provinciale staten van Overijssel, onjuist was weergegeven en dat het bestemmingsplan afweek van dit alternatief door een aansluiting via haar percelen mogelijk te maken in plaats van via een ander perceel. Zij voerde nieuwe documenten en afbeeldingen aan ter onderbouwing.

De Afdeling overwoog dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een reeds beslecht geschil opnieuw te behandelen of om nieuwe stukken in te brengen die eerder beschikbaar waren. Ook de notariële akte van juni 2013, als enige uitzondering, zou bij eerdere bekendheid niet tot een andere uitspraak hebben geleid.

Daarom concludeerde de Afdeling dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor herziening op grond van artikel 8:119 Awb Pro en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak over het bestemmingsplan N34 Hardenberg - Coevorden wordt afgewezen.

Uitspraak

201608276/1/R3.
Datum uitspraak: 17 mei 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[appellante], wonend te [woonplaats],
om herziening (artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2559.
Procesverloop
Bij genoemde uitspraak van 28 september 2016 heeft de Afdeling het beroep van [appellante] tegen het besluit van de raad van de gemeente Hardenberg van 22 maart 2016, waarbij het bestemmingsplan "Hardenberg, N34, J.C. Kellerlaan - Coevorden" is vastgesteld, ongegrond verklaard.
[appellante] heeft de Afdeling verzocht het geding te heropenen en de uitspraak te herroepen.
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel (hierna: het college) heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellante] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 31 maart 2017, waar [appellante], bijgestaan door mr. P. van Rossum, advocaat te Emmen, en [gemachtigde] zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord de raad, vertegenwoordigd door W.G.J. Sauer, en het college, vertegenwoordigd door mr. V.A. Textor, advocaat te Arnhem.
Overwegingen
Inleiding
1.    Bovengenoemde uitspraak van de Afdeling heeft betrekking op het bestemmingsplan dat de herinrichting van het gedeelte van de provinciale weg N34 dat ligt tussen de J.C. Kellerlaan in Hardenberg en de grens met de gemeente Coevorden, mogelijk maakt.
De provincie Overijssel is wegbeheerder van de N34. De herinrichting van de N34 zal in opdracht van de provincie worden uitgevoerd.
1.1.    [appellante] is eigenaar en bewoner van de woning aan de [locatie 1]. Zij is tevens erfpachter van een aantal percelen nabij die woning, die deel uitmaken van landgoed De Groote Scheere. De percelen liggen gedeeltelijk in het plangebied ter hoogte van de kruising van de N34 met de Scheerseweg en de Holthonerweg.
1.2.    De beoogde herinrichting van de N34 houdt onder meer in dat een tunnel onder de N34 wordt aangelegd die de Scheerseweg en de Holthonerweg met elkaar verbindt. Daarnaast wordt aan de oostkant van de N34 een nieuwe parallelweg aangelegd. Verder wordt voorzien in een aansluiting vanuit de tunnel op deze parallelweg en op de Scheerseweg. Het plan maakt deze ontwikkelingen mogelijk. Aan de gronden in het plangebied is op deze plaats de bestemming "Verkeer" toegekend.
1.3.    In haar uitspraak heeft de Afdeling het beroep van [appellante] ongegrond verklaard. De Afdeling is wat het voorkeurstracé betreft tot het oordeel gekomen dat er geen aanleiding is om te betwijfelen dat het voorkeursalternatief dat provinciale staten van Overijssel bij besluit van 21 november 2012 hebben vastgesteld, een aansluiting vanuit de tunnel via de noordkant over de percelen van [appellante] omvat en niet - zoals [appellante] heeft betoogd - een aansluiting via de zuidkant langs het perceel [locatie 2]. De raad is - anders dan [appellante] heeft betoogd - bij het toekennen van de bestemming "Verkeer" aan de gronden ter plaatse van de beoogde tunnel en aansluiting dan ook niet afgeweken van het voorkeursalternatief zoals dat door provinciale staten is vastgesteld. De Afdeling kwam tot de conclusie dat het betoog in zoverre feitelijke grondslag miste.
Het verzoek van [appellante]
2.    De Afdeling vat het verzoek van [appellante] om heropening van het geding en herroeping van de uitspraak van de Afdeling op grond van artikel 382 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op als een verzoek om herziening als bedoeld in artikel 8:119 van Pro de Awb.
2.1.    [appellante] stelt in haar verzoek dat volgens de uitspraak van de Afdeling het voorkeursalternatief is gewijzigd tussen oktober 2012 en 21 november 2012. Dit is volgens haar onjuist, omdat op de website van de provincie Overijssel een inrichtingstekening heeft gestaan waaruit blijkt dat deze tekening pas op 9 september 2013 is gewijzigd. Ten bewijze daarvan heeft [appellante] een printscreen van deze tekening en de zogeheten documenteigenschappen ervan bij haar verzoek gevoegd. Deze tekening is naar haar mening de basis geweest voor het bestemmingsplan "Hardenberg, N34, J.C. Kellerlaan - Coevorden". Volgens deze tekening loopt de aansluiting vanuit de tunnel via de noordkant over haar percelen. Het voorkeursalternatief dat provinciale staten bij hun besluit van 21 november 2012 hebben vastgesteld, loopt volgens haar echter via de zuidkant langs [locatie 2].
Volgens [appellante] blijkt ook uit de overzichtskaart "Verbeterde N34 Witte-Paal - Coevorden in één oogopslag", die als bijlage III bij het Statenvoorstel tot vaststelling van de voorkeursvariant is gevoegd, dat de aansluiting via de zuidkant langs [locatie 2] loopt. Ook uit de notariële akte van 18 juni 2013, waarbij een erfpachtsrecht/opstalrecht is gevestigd ten behoeve van het perceel [locatie 2], blijkt dat de provincie voornemens is de verbindingstunnel en de aansluiting op de parallelweg over het perceel [locatie 2] aan te leggen.
[appellante] stelt verder dat er op 24 juni 2013 in het gemeentehuis van Hardenberg een bijeenkomst heeft plaatsgevonden waarbij schetsen zijn gemaakt op luchtfotobladen waarop het vastgestelde voorkeursalternatief stond afgebeeld en die de basis zijn geweest om dit alternatief te wijzigen.
[appellante] komt om deze redenen tot de conclusie dat de tekening die het voorkeursalternatief weergeeft die provinciale staten bij hun besluit van 21 november 2012 hebben vastgesteld, nadien is gemanipuleerd, waarbij de aansluiting vanuit de tunnel naar de parallelweg en de Scheerseweg via de noordkant over haar percelen is geprojecteerd in plaats van via de zuidkant langs [locatie 2]. De raad is bij de vaststelling van het bestemmingsplan "Hardenberg, N34, J.C. Kellerlaan - Coevorden" dus afgeweken van het door provinciale staten bij besluit van 21 november 2012 vastgestelde voorkeurstracé.
Toetsingskader
2.2.    Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Beoordeling van het verzoek
2.3.    Evenals in haar beroepschrift over de procedure van het bestemmingsplan, betoogt [appellante] in haar verzoek om herziening dat het bestemmingsplan niet het voorkeurstracé van provinciale staten mogelijk maakt, maar een andere inrichtingsvariant die over haar percelen loopt. Daartoe heeft [appellante] haar argumenten herhaald die zij naar voren heeft gebracht in de bestemmingsplanprocedure. Voor een deel heeft zij haar betoog met nadere documenten en afbeeldingen onderbouwd.
Het bijzondere rechtsmiddel herziening dient er echter niet toe om een geschil dat reeds is beslist, naar aanleiding van de uitspraak opnieuw aan de rechter voor te leggen. Het middel biedt een partij derhalve niet de mogelijkheid het debat te heropenen nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.
Verder heeft [appellante] enkele nieuwe documenten en afbeeldingen overgelegd. Het bijzondere rechtsmiddel herziening biedt een partij echter evenmin de mogelijkheid herziening te vragen op grond van nadere stukken die niet reeds naar voren zijn gebracht in de procedure die heeft geleid tot de uitspraak waarvan thans herziening wordt verzocht. Dit is slechts anders indien het de verzoeker naar objectieve maatstaven gemeten niet mogelijk was die stukken in de eerdere procedure naar voren te brengen. Niet valt in te zien dat [appellante] deze nadere stukken niet in de eerdere procedure naar voren had kunnen brengen. Hierbij heeft de Afdeling in aanmerking genomen dat bedoelde documenten en afbeeldingen openbare stukken betreffen die veelal op het internet beschikbaar zijn gesteld.
Een uitzondering hierop is de notariële akte van 18 juni 2013, waarbij een erfpachtsrecht/opstalrecht is gevestigd ten behoeve van het perceel [locatie 2]. Hierin wordt vermeld dat de provincie voornemens is een aanpassing te maken op de overweg in de N34 ter hoogte van de [locatie 2]. Verder wordt vermeld dat een eventuele vergoeding van de provincie die verband houdt met de aanleg van een nieuwe verbindingsroute, ten goede komt aan de erfpachter van perceel [locatie 2], omdat door de aanleg van de verbindingstunnel volgens de akte zijn woongenot negatief kan worden beïnvloed en de in erfpacht uitgegeven kavel aanzienlijk kleiner zal worden. De Afdeling overweegt, zoals ter zitting door het college is toegelicht, dat deze passage in de akte moet worden begrepen tegen de achtergrond dat de procedure ten tijde van het opmaken van de akte nog geen aanvang had genomen en planologisch nog geen zekerheid bestond op welke wijze de voorgenomen herinrichting zou worden vormgegeven. In verband hiermee is de Afdeling van oordeel dat in het geval deze notariële akte eerder bij de Afdeling bekend zou zijn geweest, deze akte niet tot een andere beslissing zou hebben kunnen leiden.
Conclusie
2.4.    Gelet op het vorenstaande is geen sprake van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.
Proceskosten
3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek om herziening af.
Aldus vastgesteld door mr. D.J.C. van den Broek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.W.M. Kooijman, griffier.
w.g. Van den Broek    w.g. Kooijman
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 mei 2017
177.