ECLI:NL:RVS:2017:1322
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft bij besluit van 7 maart 2017 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State beoordeelde het hogerberoepschrift en constateerde dat de vreemdeling geen nieuwe grieven aanvoerde, maar slechts herhaalde standpunten uit het eerdere beroep. Hierdoor voldeed het hogerberoepschrift niet aan de vereisten van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Daarom verklaarde de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer, onder voorzitterschap van N. Verheij, op 17 mei 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige grief.