ECLI:NL:RVS:2017:1323
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel na Dublinprocedure
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 29 september 2016 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, omdat Duitsland verantwoordelijk werd gehouden voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris eerst uitsluitsel had moeten verkrijgen over het moederschap van een vrouw die volgens Duitse autoriteiten de moeder van de vreemdeling is.
De Raad van State stelde vast dat de Duitse autoriteiten het overnameverzoek hadden geaccepteerd op basis van de beschikbare informatie, en dat de vreemdeling zijn stelling dat zijn moeder in Afghanistan verblijft niet had onderbouwd. Ook werd geoordeeld dat het inschakelen van het Bureau Medische Advisering niet noodzakelijk was omdat geen recente medische documenten waren overgelegd.
Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.