ECLI:NL:RVS:2017:1342
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over ontheffing parkeernota bij splitsing woning
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 27 november 2014 een omgevingsvergunning voor het splitsen van een woning in twee woningen. Appellant, wonend nabij het perceel, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege vermeende overlast en het niet voldoen aan parkeereisen. Het college wees het bezwaar af, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van het college, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Het college verleende vervolgens een nadere motivering en appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De kern van het geschil betrof de toepassing van de parkeernota en de vraag of het college terecht ontheffing had verleend van de Bouwverordening, ondanks een bestaand tekort aan parkeerplaatsen in de omgeving.
De Afdeling overwoog dat het college de parkeernota correct had toegepast en dat de ontheffing van de Bouwverordening gegrond was omdat de parkeerbehoefte door het bouwplan minder dan drie parkeerplaatsen toenam. Tevens achtte de Afdeling het college terecht gemotiveerd dat de parkeerdruk in het gebied naar verwachting zal afnemen door gemeentelijke maatregelen, ondanks het hoge huidige parkeertekort. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.