ECLI:NL:RVS:2017:1390
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing subsidie bodemsanering wegens onjuiste motivering gebruik perceel
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht wees op 3 februari 2015 de subsidieaanvraag voor bodemsanering van appellant af, omdat het perceel mede werd gebruikt voor het uitoefenen van een bedrijf of beroep. Dit besluit werd in bezwaar gehandhaafd, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank Midden-Nederland. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het perceel als zodanig werd gebruikt, maar stelde het college in de gelegenheid dit te herstellen. In de einduitspraak van 27 juli 2016 oordeelde de rechtbank dat het college met aanvullende motivering het gebrek had hersteld en het perceel terecht als bedrijfsmatig in gebruik was aangemerkt.
Appellant stelde in hoger beroep dat de feitelijke werkzaamheden niet op het perceel plaatsvinden, maar elders, en dat het perceel slechts statutair is geregistreerd als vestigingsadres van de vennootschappen. De Raad van State overwoog dat de enkele statutaire vestiging onvoldoende is om het perceel als bedrijfsmatig in gebruik te kwalificeren. Gezien de feitelijke situatie, waarbij werkzaamheden elders plaatsvinden en het perceel slechts dient voor salarisuitbetaling en pensioenvoorziening, is er geen band tussen het perceel en het bedrijf.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden deel van de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak kan worden ingesteld. Het betaalde griffierecht werd aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de subsidieaanvraag wordt vernietigd.