ECLI:NL:RVS:2017:1403
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorgenomen uitzetting vreemdeling na afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 21 april 2017 werd afgewezen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 mei 2017 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om haar voorgenomen uitzetting op 24 mei 2017 te voorkomen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de uitzetting op 24 mei 2017 achterwege moet blijven, mede omdat de termijn voor het instellen van hoger beroep nog niet was verstreken. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot het betalen van proceskosten aan de vreemdeling ter hoogte van €495,00 voor beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 23 mei 2017 door voorzieningenrechter H. Troostwijk, waarbij de griffier O. van Loon aanwezig was. De zaak betreft bestuursrecht met betrekking tot vreemdelingenrecht en de voorlopige voorziening betreft het opschorten van een bestuursrechtelijke maatregel.
Uitkomst: De voorgenomen uitzetting van de vreemdeling op 24 mei 2017 wordt opgeschort en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.