ECLI:NL:RVS:2017:1405
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen dwangsom en saneringsplan Wet bodembescherming
Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle legde op 2 augustus 2016 aan verzoeker een last onder dwangsom op om vóór 1 januari 2017 een melding in te dienen en een saneringsplan ter instemming voor te leggen op grond van de Wet bodembescherming. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 13 december 2016 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in.
Het college vorderde op 6 februari, 8 maart en 6 april 2017 de verbeurde dwangsommen van € 10.000,- per keer. Verzoeker verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen deze invorderingsbesluiten. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 17 mei 2017.
De voorzieningenrechter overwoog dat het eerdere besluit van 12 maart 2013, waarin ernstige bodemverontreiniging op het perceel van verzoeker werd vastgesteld, onherroepelijk is en dat de dwangsombesluiten en het saneringsplan daarop zijn gebaseerd. Het aanvullend onderzoek van verzoeker bood geen nieuwe inzichten die het college tot intrekking van de besluiten zou moeten brengen. De invordering van de dwangsommen dient met zwaarwegend belang te worden gehandhaafd, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen, wat hier niet is gebleken.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom en invordering van dwangsommen wordt afgewezen.