ECLI:NL:RVS:2017:1407
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 28 maart 2017 de aanvraag van de vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdelingen gingen hiertegen in beroep bij de rechtbank, die op 26 april 2017 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelden de vreemdelingen hoger beroep in bij de Raad van State en verzochten om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het niet op voorhand aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zal blijven, mede gelet op eerdere jurisprudentie. Daarom kwam het verzoek om een voorlopige voorziening voor toewijzing in aanmerking.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen tot een bedrag van €495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.