ECLI:NL:RVS:2017:1419

Raad van State

Datum uitspraak
31 mei 2017
Publicatiedatum
31 mei 2017
Zaaknummer
201702004/2/R6
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.C. Kranenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1 AwbArt. 8:6 AwbArt. 8:81 AwbArt. 2 bijlage 2 AwbArt. 3:11 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan Neck Zuid wegens ontbreken spoedeisend belang

Bij besluit van 31 januari 2017 heeft de raad van de gemeente Wormerland het bestemmingsplan 'Neck Zuid' vastgesteld, dat onder meer de bouw van woningen op het huidige B-(voetbal)veld van Vereniging De Zilveren Schapen (DZS) mogelijk maakt. DZS heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening om onomkeerbare gevolgen te voorkomen.

Tijdens de zitting op 23 mei 2017 hebben de raad en BPD Ontwikkeling B.V. verklaard dat geen omgevingsvergunning voor woningbouw zal worden aangevraagd voordat de bodemprocedure is afgerond, en dat het voetbalveld niet betrokken zal worden bij voorbereidende werkzaamheden. De voorzieningenrechter achtte deze toezeggingen betrouwbaar en concludeerde dat er geen feitelijke werkzaamheden zullen plaatsvinden die spoedeisend ingrijpen rechtvaardigen.

Daarnaast oordeelde de voorzieningenrechter dat het beroep van DZS, voor zover gericht tegen het plandeel met de bestemming 'Wonen', niet-ontvankelijk is omdat DZS geen zienswijze heeft ingediend over dit onderdeel tijdens de ontwerpplanfase, en er geen gegronde reden is dit te verontschuldigen.

Op grond van het ontbreken van een spoedeisend belang en de niet-ontvankelijkheid van het beroep, wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en niet-ontvankelijkheid van het beroep.

Uitspraak

201702004/2/R6.
Datum uitspraak: 31 mei 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht; hierna de Awb) in het geding tussen:
Vereniging De Zilveren Schapen (hierna: DZS), gevestigd te Wijdewormer, gemeente Wormerland,
verzoekster,
en
de raad van de gemeente Wormerland,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 31 januari 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Neck Zuid" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft DZS beroep ingesteld.
DZS heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 mei 2017, waar DZS, vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en bijgestaan door mr. E. Frieser, rechtsbijstandverlener te Heerlen en de raad, vertegenwoordigd door S.T. Kartopawiro en W. Hilboezen en bijgestaan door mr. J.S. Haakmeester, advocaat te Baarn, is verschenen. Voorts is BPD Ontwikkeling B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde B], en bijgestaan door mr. J.S. Haakmeester, als voornoemd, ter zitting als partij gehoord.
Overwegingen
1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.    Het bestemmingsplan voorziet onder meer in de bouw van woningen op gronden waar thans het zogenoemde B-(voetbal)veld van DZS ligt, alsmede in een verplaatsing van de kantine/sportaccommodaties van DZS.
3.    DZS kan zich niet verenigen met het bestemmingsplan. Teneinde onomkeerbare gevolgen te voorkomen heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
4.    De raad en BPD Ontwikkeling B.V. hebben ter zitting te kennen gegeven dat geen omgevingsvergunning zal worden aangevraagd ten behoeve van de bouw van de woningen alvorens de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure. Wel zal, indien mogelijk, worden gestart met het voorbelasten van de gronden ten behoeve van de aanleg van de nieuwe ontsluitingsweg naar de nieuwe woonwijk. Ter zitting is vast komen te staan dat het B-(voetbal)veld van DZS niet bij deze werkzaamheden wordt betrokken. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan de mededelingen van de raad en BPD Ontwikkeling B.V. te twijfelen. Gelet hierop kan er van worden uitgegaan dat geen feitelijke werkzaamheden op het terrein van de voetbalvereniging zullen worden verricht, noch dat ten behoeve van die gronden aanvragen om een omgevingsvergunning te verwachten zijn voordat uitspraak is gedaan in de bodemzaak. Derhalve is de voorzieningenrechter van oordeel dat met het verzoek geen spoedeisend belang gemoeid is dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
5.    Overigens steunt het beroep van DZS, voor zover gericht tegen de vaststelling van het plandeel met de bestemming "Wonen", niet op een bij de raad naar voren gebrachte zienswijze. Ingevolge artikel 8:1 van Pro de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:6 van Pro de Awb en artikel 2 van Pro bijlage 2 bij de Awb alsmede met artikel 6:13 van Pro de Awb, kan door een belanghebbende geen beroep worden ingesteld tegen onderdelen van het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarover hij bij het ontwerpplan geen zienswijze naar voren heeft gebracht, tenzij hem redelijkerwijs niet kan worden verweten dit te hebben nagelaten. Deze omstandigheid doet zich naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet voor. Geen rechtvaardiging is gelegen in de omstandigheid dat DZS voor het eerst na afloop van de zienswijzentermijn bekend is geworden met de inhoud van de anterieure overeenkomst die BPD Ontwikkeling B.V. met het gemeentebestuur heeft gesloten, nu een anterieure overeenkomst over de kosten van grondexploitatie geen op het ontwerpplan betrekking hebbend stuk in de zin van artikel 3:11 van Pro de Awb betreft (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 30 maart 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP9587). Gelet op het voorgaande zal het beroep van DZS naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter niet-ontvankelijk worden verklaard in de bodemprocedure.
6.    Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding het verzoek af te wijzen.
7.    Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.C. Koziolek-Stoof, griffier.
w.g. Kranenburg    w.g. Koziolek-Stoof
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2017
749.