ECLI:NL:RVS:2017:1435
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Princenhage wegens onvoldoende motivering woningbouwcapaciteit en parkeergelegenheid
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep van appellanten tegen het bestemmingsplan 'Princenhage, Burg. Luysterburghstraat' gegrond verklaard en het besluit van 4 februari 2016 vernietigd vanwege onvoldoende motivering omtrent de woningbouwcapaciteit en een onvoldoende rechtszekere regeling voor parkeergelegenheid.
De raad van Breda heeft vervolgens op 2 februari 2017 een herstelbesluit genomen, waarin de gebreken volgens appellanten niet volledig waren hersteld. De Afdeling oordeelde dat de regeling omtrent parkeergelegenheid met de gewijzigde planregels wel rechtszeker was gemaakt, maar dat de motivering over de woningbouwcapaciteit, met name ten aanzien van de locatie Heilaarpark, onjuist was omdat harde plancapaciteit ten onrechte was weggeschreven.
Desondanks liet de Afdeling de rechtsgevolgen van het herstelbesluit in stand, omdat de raad voldoende inzicht had gegeven in de verhouding tussen de woningbouwplannen en de beschikbare harde plancapaciteit. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het bestemmingsplan en het herstelbesluit worden vernietigd voor zover zij betrekking hebben op woningbouw, maar de rechtsgevolgen van het herstelbesluit blijven in stand.