ECLI:NL:RVS:2017:1470
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, gebaseerd op haar bekering tot het christendom en de vrees voor vervolging bij terugkeer naar Afghanistan. De staatssecretaris verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk, maar de rechtbank vernietigde dit besluit en gelastte een nieuw besluit.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het standpunt over de geloofwaardigheid van de bekering niet zorgvuldig was gemotiveerd. De Raad van State oordeelde dat de verklaringen van de vreemdeling over haar bekering tijdens het eerdere gehoor wel degelijk betrokken konden worden bij de beoordeling van de huidige aanvraag. Tevens concludeerde de Raad dat de staatssecretaris de ongeloofwaardigheid van de bekering voldoende had gemotiveerd.
De vreemdeling voerde aan dat zij als alleenstaande vrouw moest worden aangemerkt vanwege de breuk met haar ouders door haar bekering, maar dit werd niet geloofwaardig geacht. De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.