ECLI:NL:RVS:2017:1472

Raad van State

Datum uitspraak
31 mei 2017
Publicatiedatum
7 juni 2017
Zaaknummer
201703503/2/A3 en 201703544/2/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:2 AwbArt. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering gemachtigde op grond van artikel 2:2 Awb en voorlopige voorziening afgewezen

De colleges van burgemeester en wethouders van Barendrecht en Ridderkerk hebben bij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen tegen de uitspraken van de rechtbank Rotterdam, die hun besluiten tot weigering van [wederpartij] als gemachtigde op grond van artikel 2:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) hadden vernietigd.

De voorzieningenrechter overwoog dat het belang van de colleges bij een voorlopig oordeel gering is, omdat een dergelijk oordeel geen definitieve uitsluitsel geeft over de vraag of zij [wederpartij] ook in andere bezwaarprocedures mogen weigeren als gemachtigde. Dit definitieve oordeel behoort aan de Afdeling in de bodemprocedure toe te komen.

Verder werd benadrukt dat de bevoegdheid om iemand als gemachtigde te weigeren een ingrijpende bevoegdheid is die slechts in uitzonderlijke gevallen mag worden toegepast. Het belang van [wederpartij] om voorlopig niet te worden geweigerd als gemachtigde, mede gezien de eerdere uitspraak van de rechtbank in zijn voordeel, weegt zwaarder dan het geringe belang van de colleges bij een voorlopige voorziening.

Ten slotte achtte de voorzieningenrechter het financiële nadeel voor de colleges onvoldoende om tot opschorting van de rechtbankuitspraken over te gaan, mede omdat het wettelijke systeem geen schorsende werking toekent aan het instellen van hoger beroep. De verzoeken werden daarom afgewezen, en de colleges werden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van [wederpartij].

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot opschorting af en veroordeelt de colleges tot vergoeding van proceskosten aan de gemachtigde.

Uitspraak

201703503/2/A3 en 201703544/2/A3.
Datum uitspraak: 31 mei 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van voorlopige voorzieningen (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, hierna: Awb), hangende de hoger beroepen van:
het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht, en het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk,
verzoekers,
tegen de uitspraken van de rechtbank Rotterdam van 27 maart 2017 in zaken nrs. 16/3472 en 16/3472 in de gedingen tussen:
[wederpartij], wonend te [woonplaats],
en
de colleges.
Openbare zitting gehouden op 31 mei 2017 om 14:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. J.E.M. Polak, voorzieningenrechter
griffier: mr. A.J. Veenboer
Verschenen:
De colleges, vertegenwoordigd door mr. R. Wiekeraad en mr. J.C. Vervorst;
[wederpartij], vertegenwoordigd door mr. J. Remmelzwaal.
De gedingen betreffen de door de rechtbank vernietigde besluiten van de colleges om [wederpartij] op grond van artikel 2:2 van Pro de Awb te weigeren als gemachtigde van [persoon], omdat jegens [wederpartij] ernstige bezwaren bestaan. De colleges hebben de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de werking van de uitspraken van de rechtbank wordt opgeschort tot aan het moment dat de Afdeling uitspraken heeft gedaan op de daartegen ingestelde hoger beroepen.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
I.    wijst de verzoeken af;
II.    veroordeelt de colleges van burgemeester en wethouders van Barendrecht en Ridderkerk tot vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van de verzoeken opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 495,00 (zegge: vierhonderdvijfennegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Gronden
-    Het belang van de colleges bij een voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is gering, omdat een voorlopig oordeel geen uitsluitsel zal geven over de vraag of zij [wederpartij], ook in andere bezwaarprocedures, mogen weigeren als gemachtigde. De colleges hebben vooral belang bij een definitief oordeel over die vraag. Dat oordeel dient de Afdeling in de bodemprocedures te geven. De voorzieningenrechter loopt niet vooruit op dat oordeel, maar zal bevorderen dat de behandeling van de bodemprocedures ter zitting in de loop van dit jaar zal plaatsvinden.
-    De weigering om iemand als gemachtigde te laten optreden als bedoeld in artikel 2:2 van Pro de Awb is een ingrijpende bevoegdheid waarvan slechts in uitzonderlijke gevallen gebruik mag worden gemaakt. Het belang van [wederpartij] om, vooruitlopend op het oordeel van de Afdeling hierover in de bodemprocedures, voorshands niet te worden geweigerd als gemachtigde weegt tegen die achtergrond en gegeven de aangevallen uitspraken van de rechtbank die hem in het gelijk hebben gesteld zwaarder dan het geringe belang van de colleges bij een voorlopig oordeel als voormeld.
-    De financiële belangen van de colleges bij opschorting van de uitspraken van de rechtbank leiden niet tot een ander oordeel. Het gestelde nadeel, dat een terugvordering van de betaalde kosten tot onnodige complicaties leidt, is daarvoor op zichzelf noch in samenhang met voormeld belang voldoende. De voorzieningenrechter wijst er daarbij op dat dit nadeel inherent is aan het wettelijk systeem dat niet van de schorsende werking van een ingesteld hoger beroep uitgaat.
w.g. Polak    w.g. Veenboer
voorzieningenrechter    griffier
730.