ECLI:NL:RVS:2017:1486
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag VOG voor chauffeurskaart wegens justitiële antecedenten
Appellant vroeg een verklaring omtrent het gedrag (VOG) aan om als taxichauffeur te kunnen werken, maar de staatssecretaris wees deze aanvraag af vanwege diverse justitiële gegevens die in het Justitieel Documentatiesysteem (JDS) waren geregistreerd. Deze gegevens betroffen onder meer veroordelingen voor overtredingen van de Opiumwet, mishandeling en het niet voldoen aan ambtelijke bevelen.
De staatssecretaris stelde dat deze antecedenten, indien herhaald, een risico voor de samenleving vormen en daarmee een belemmering zijn voor een behoorlijke uitoefening van de functie. Het belang van de samenleving bij beperking van risico’s werd zwaarder gewogen dan het belang van appellant bij het verkrijgen van de VOG.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij inmiddels voor enkele feiten was vrijgesproken, dat sommige feiten buiten de terugkijktermijn vielen en dat persoonlijke omstandigheden zijn gedragingen beïnvloedden. De Raad van State oordeelde echter dat het grote aantal antecedenten binnen de terugkijktermijn en het beperkte tijdsverloop sinds het laatste justitiële gegeven zwaarder wegen dan deze omstandigheden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht het belang van de samenleving zwaarder heeft gewogen en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij alleen als taxichauffeur inkomsten kan verwerven. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor een VOG voor het verkrijgen van een chauffeurskaart is afgewezen vanwege het risico voor de samenleving door meerdere justitiële antecedenten.