ECLI:NL:RVS:2017:1533

Raad van State

Datum uitspraak
8 juni 2017
Publicatiedatum
9 juni 2017
Zaaknummer
201700261/1/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N. Verheij
  • M.G.J. Parkins-de Vin
  • H.G. Lubberdink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 3:42 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing hoger beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag

De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag door de staatssecretaris. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en stelde vast dat de staatssecretaris een dwangsom had verbeurd.

De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep kennelijk gegrond was en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Tevens wees de Afdeling de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.

De Afdeling verwees daarbij naar eerdere jurisprudentie over de verlenging van de beslistermijn en de kennisgeving daarvan, waarbij artikel 3:42 van Pro de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak op 8 juni 2017 in het openbaar, met als leden Verheij (voorzitter), Parkins-de Vin en Lubberdink, in aanwezigheid van griffier Brouwer.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling.

Uitspraak

201700261/1/V2.
Datum uitspraak: 8 juni 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 14 december 2016 in zaak nr. 16/18151 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij uitspraak van 14 december 2016 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen het niet tijdig door de staatssecretaris nemen van een besluit op zijn asielaanvraag gegrond verklaard en vastgesteld dat de staatssecretaris als gevolg daarvan een dwangsom heeft verbeurd.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Spapens, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    De in het hogerberoepschrift opgeworpen rechtsvraag over het verlengen van de beslistermijn in de bestuurlijke fase en de kennisgeving daarvan heeft de Afdeling bij uitspraak van 8 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3232, beantwoord. Die overwegingen zijn ook in deze zaak van toepassing. Anders dan de vreemdeling in zijn schriftelijke uiteenzetting betoogt, volgt uit deze uitspraak tevens dat op voormelde kennisgeving artikel 3:42 van Pro de Awb van toepassing is.
2.    Hieruit volgt dat het hoger beroep kennelijk gegrond is. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. De Afdeling zal de zaak om dezelfde reden als in voormelde uitspraak in 7. is genoemd naar de rechtbank terugwijzen om door haar te worden behandeld en beslist.
3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    verklaart het hoger beroep gegrond;
II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 14 december 2016 in zaak nr. 16/18151;
III.    wijst de zaak naar de rechtbank terug.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. M.G.J. Parkins-de Vin en mr. H.G. Lubberdink, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.R.M. Brouwer, griffier.
w.g. Verheij    w.g. Brouwer
voorzitter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2017
791.