ECLI:NL:RVS:2017:1536

Raad van State

Datum uitspraak
8 juni 2017
Publicatiedatum
9 juni 2017
Zaaknummer
201609553/1/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Lubberdink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 3:42 AwbArt. 85 Vreemdelingenwet 2000Art. 91 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag

De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het niet tijdig door de staatssecretaris genomen besluit op zijn asielaanvraag. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling overwoog dat het hoger beroep geen nieuwe gronden bevat die tot vernietiging van de uitspraak kunnen leiden. Daarbij werd verwezen naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat artikel 3:42 van Pro de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de bekendmaking van het WBV 2016/3. Omdat er geen vragen waren die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin raken, werd het beroep als kennelijk ongegrond beschouwd.

De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2017.

Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag.

Uitspraak

201609553/1/V2.
Datum uitspraak: 8 juni 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 16 december 2016 in zaak nr. 16/14882 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop
Bij uitspraak van 16 december 2016 heeft de rechtbank het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen het niet tijdig door de staatssecretaris nemen van een besluit op zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Spapens, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    Hetgeen in het hogerberoepschrift is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 voldoet kan, gelet op de uitspraak van de Afdeling van 8 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3232, niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Uit deze uitspraak volgt dat op de bekendmaking van het WBV 2016/3 artikel 3:42 van Pro de Awb van toepassing is. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van deze wet, met dat oordeel volstaan.
2.    Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.R.M. Brouwer, griffier.
w.g. Lubberdink    w.g. Brouwer
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2017
791.