ECLI:NL:RVS:2017:1549
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- R. van der Spoel
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in bewaring: zicht op uitzetting naar Libië binnen redelijke termijn
De vreemdeling met de Libische nationaliteit werd op 6 maart 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en oordeelde dat er geen zicht was op uitzetting naar Libië binnen een redelijke termijn, waardoor de bewaring onrechtmatig was en werd opgeheven met schadevergoeding.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat er wel degelijk zicht is op uitzetting, omdat tussen 2015 en 2017 meerdere laissez-passers zijn aangevraagd en enkele zijn toegekend. Ook werd een toezegging van de Libische consul aan de Dienst Terugkeer en Vertrek overgelegd dat een laissez-passer voor de vreemdeling zal worden verstrekt, mits de vreemdeling medewerking verleent.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat geen zicht op uitzetting bestaat. De toezegging van de consul en eerdere uitzettingen op basis van laissez-passers maken dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn aanwezig is. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.