ECLI:NL:RVS:2017:1597
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 24 januari 2017 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod uitgevaardigd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod ongegrond en het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag niet-ontvankelijk.
De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om te voorkomen dat hij wordt uitgezet of dat de verstrekkingen worden beëindigd tijdens de behandeling van het hoger beroep. De staatssecretaris erkende dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Syrië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro, waardoor uitzetting naar Syrië niet zal plaatsvinden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen reden is om een voorlopige voorziening te treffen omdat er geen grond is om aan te nemen dat de bestreden uitspraak in hoger beroep zal worden vernietigd. Het verzoek werd dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbesluit en inreisverbod is afgewezen omdat de vreemdeling niet zal worden uitgezet naar Syrië.