ECLI:NL:RVS:2017:1602
Raad van State
- Herziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening van bestuursrechtelijke uitspraak vreemdelingenrecht
Verzoeker heeft bij brief van 5 januari 2017 aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om herziening van de uitspraak van 13 juli 2015, waarin zijn hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag kennelijk ongegrond werd verklaard.
De Afdeling heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat herziening mogelijk maakt op grond van specifieke nieuwe feiten of omstandigheden. Uit de overwegingen blijkt dat het verzoek niet voldoet aan deze criteria, omdat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet als zodanig kunnen worden aangemerkt.
Daarom is het verzoek tot herziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer, waarbij mr. N. Verheij als lid en mr. G.A. van de Sluis als griffier aanwezig waren.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de bestuursrechtelijke uitspraak wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.