ECLI:NL:RVS:2017:1602

Raad van State

Datum uitspraak
15 juni 2017
Publicatiedatum
16 juni 2017
Zaaknummer
201701739/1/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening van bestuursrechtelijke uitspraak vreemdelingenrecht

Verzoeker heeft bij brief van 5 januari 2017 aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om herziening van de uitspraak van 13 juli 2015, waarin zijn hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag kennelijk ongegrond werd verklaard.

De Afdeling heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat herziening mogelijk maakt op grond van specifieke nieuwe feiten of omstandigheden. Uit de overwegingen blijkt dat het verzoek niet voldoet aan deze criteria, omdat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet als zodanig kunnen worden aangemerkt.

Daarom is het verzoek tot herziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer, waarbij mr. N. Verheij als lid en mr. G.A. van de Sluis als griffier aanwezig waren.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de bestuursrechtelijke uitspraak wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.

Uitspraak

201701739/1/V2.
Datum uitspraak: 15 juni 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 13 juli 2015 in zaak nr. 201502586/1/V2.
Procesverloop
Bij brief van 5 januari 2017 heeft verzoeker de Afdeling verzocht de uitspraak van 13 juli 2015 in zaak nr. 201502586/1/V2, waarbij de Afdeling het hoger beroep van verzoeker tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 27 februari 2015 in zaak nr. 14/7750, kennelijk ongegrond heeft verklaard, te herzien.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien op grond van in deze bepaling nader omschreven feiten en omstandigheden. Hetgeen in het verzoek is gesteld, valt niet als een dergelijk feit of omstandigheid aan te merken.
2.    Het verzoek moet als kennelijk ongegrond worden afgewezen.
3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier.
w.g. Verheij    w.g. Van de Sluis
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2017
802.