ECLI:NL:RVS:2017:1608
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af, omdat de familieband niet was aangetoond en de referente niet voldeed aan het middelenvereiste. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht tot een nieuw besluit.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte vond dat de staatssecretaris geen DNA-onderzoek hoefde aan te bieden en dat de bewijsvoering onvoldoende was. De Afdeling stelde dat de staatssecretaris conform de werkinstructie juist handelde door geen DNA-onderzoek aan te bieden vanwege bewijsnood en het niet voldoen aan het middelenvereiste.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee het besluit van de staatssecretaris bleef staan. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.