ECLI:NL:RVS:2017:1659
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over openbaarmaking verslagen voorafgaand aan conceptbestek Weerijs-Zuid
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant besloot op 7 april 2015 een verzoek om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) gedeeltelijk af te wijzen. Na bezwaar verklaarde het college dit besluit deels gegrond en deels ongegrond. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde dat ook verslagen van gesprekken met het waterschap Brabantse Delta, de bestuurscommissie Weerijs-Zuid en de provincie voorafgaand aan het conceptbestek openbaar gemaakt moesten worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het verzoek van appellant ook betrekking heeft op de periode voorafgaand aan het conceptbestek en dat het besluit van 16 december 2015 in zoverre in strijd is met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het college heeft inmiddels alle niet-ambtelijke verslagen over het conceptbestek verstrekt en de Afdeling acht de stelling van appellant dat er meer verslagen zijn niet aannemelijk.
Verder is geoordeeld dat het college terecht heeft gesteld dat bepaalde aanbiedingsdocumenten niet onder haar berusten omdat deze niet als documenten in de zin van de Wob worden beschouwd en niet worden gearchiveerd. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van het college vernietigd voor zover het niet heeft beslist op het verzoek om verslagen van gesprekken voorafgaand aan het conceptbestek. Het college hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen en wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 16 december 2015 wordt vernietigd voor zover het niet heeft beslist op het verzoek om verslagen van gesprekken voorafgaand aan het conceptbestek.