ECLI:NL:RVS:2017:1671
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing onverbindendverklaring ministeriële regeling Tunesië als veilig land
Bij besluit van 28 april 2017 wees de staatssecretaris de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en vaardigde een inreisverbod uit. De rechtbank verklaarde de ministeriële regeling van 11 oktober 2016, waarin Tunesië werd aangemerkt als veilig land van herkomst, onverbindend en vernietigde het besluit van de staatssecretaris. De aanvraag werd als kennelijk ongegrond afgewezen.
Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling stelden hoger beroep in en verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De staatssecretaris verzocht om schorsing van de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de ministeriële regeling onverbindend verklaarde, vanwege het zaaksoverstijgende belang voor andere Tunesische asielaanvragen. De vreemdeling verzocht om te voorkomen dat hij uitgezet zou worden tijdens de behandeling van het hoger beroep.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet uitgesloten is dat de uitspraak van de rechtbank niet in stand zal blijven, maar dat er geen grond is om aan te nemen dat de verblijfsvergunning niet geweigerd had mogen worden. Daarom werd het verzoek van de staatssecretaris als kennelijk gegrond toegewezen en het verzoek van de vreemdeling als kennelijk ongegrond afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de uitspraak van de rechtbank voor zover de ministeriële regeling over Tunesië als veilig land onverbindend is verklaard en wijst het verzoek van de vreemdeling af.