ECLI:NL:RVS:2017:1673

Raad van State

Datum uitspraak
23 juni 2017
Publicatiedatum
26 juni 2017
Zaaknummer
201703987/2/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbWet Centraal Orgaan opvang asielzoekers
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel

Bij besluiten van 28 maart 2017 heeft de staatssecretaris de aanvragen van de vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdelingen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 8 mei 2017 de beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens is hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.

De vreemdelingen verzochten tevens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zij worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen gedurende deze periode. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek toegewezen, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350).

Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 23 juni 2017 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Vreemdelingen worden niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.

Uitspraak

201703987/2/V2.
Datum uitspraak: 23 juni 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2],
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 8 mei 2017 in zaken nrs. NL17.1507 en NL17.1508 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop
Bij onderscheiden besluiten van 28 maart 2017 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 8 mei 2017 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld.
Voorts hebben de vreemdelingen de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.    De vreemdelingen hebben de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hen gedurende die periode opvang en verstrekkingen voorzien bij of krachtens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers worden geboden.
2.    Gelet op wat is aangevoerd, komt het verzoek, in het licht van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 20 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3350, op na te melden wijze voor toewijzing in aanmerking.
3.    De staatssecretaris dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdelingen niet worden uitgezet, totdat op het door hen ingestelde hoger beroep is beslist;
II.    veroordeelt de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 495,00 (zegge: vierhonderdvijfennegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Yildiz, griffier.
w.g. Van der Wiel    w.g. Yildiz
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2017
594.