ECLI:NL:RVS:2017:1684
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijderen dakterras, dakopbouw en hekwerk zonder concreet zicht op legalisering
Het algemeen bestuur van het stadsdeel Zuid heeft aan appellant gelast om binnen acht weken een dakterras, dakopbouw en hekwerk aan zijn woning te verwijderen, onder oplegging van een dwangsom. Appellant maakte bezwaar en stelde dat er wel concreet zicht op legalisering bestond en dat handhaving in strijd was met het gelijkheidsbeginsel vanwege vergelijkbare gevallen elders.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond door het besluit op bezwaar te vernietigen, maar wees het verzoek tot vergoeding van kosten af. Het algemeen bestuur handhaafde het besluit en appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat er ten tijde van het handhavingsbesluit geen concreet zicht op legalisering bestond, mede omdat appellant pas later een vergunningaanvraag indiende die werd geweigerd. Daarnaast is het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet gegrond omdat de vergelijkbare gevallen niet gelijk zijn vanwege verschillen in daktypen en beleid.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.