ECLI:NL:RVS:2017:1685
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging last onder dwangsom wegens niet-naleving isolatie-eis appartementencomplex
Op 18 maart 2011 werd aan appellant een omgevingsvergunning verleend voor de bouwkundige splitsing van een pand in Utrecht in vijf appartementen, met de voorwaarde dat de woningscheidende constructies voldoen aan de isolatie-eisen voor luchtgeluid. Het college legde appellant op 16 maart 2015 een last onder dwangsom op omdat niet aan deze voorwaarde was voldaan. Appellant voerde aan dat hij niet als vergunninghouder kon worden aangemerkt omdat de eigendom van de bovenappartementen was overgegaan op een derde, belanghebbende B, die verantwoordelijk zou zijn voor de isolatiewerkzaamheden. De rechtbank oordeelde echter dat appellant mede vergunninghouder is en aansprakelijk blijft voor naleving van de voorschriften.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt dat appellant samen met belanghebbende B als uitvoerenden van het totaalproject beiden vergunninghouder zijn. Het college heeft appellant terecht als overtreder aangemerkt, mede omdat het in zijn macht ligt de overtreding te beëindigen, bijvoorbeeld door het dichten van geluidslekken in zijn appartement. Verder faalt het betoog van appellant dat de rechtbank ten onrechte niet is ingegaan op zijn verzoek om het rapport van het adviesbureau De Wolff af te keuren, en dat het college onbehoorlijk heeft gehandeld door de minnelijke schikking te beëindigen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens wordt het beroep tegen het invorderingsbesluit van de dwangsom afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom bevestigd.