ECLI:NL:RVS:2017:1688
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.Th. Drop
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing hardheidsclausule op jeugdspaarrekeningen bij huurtoeslag
De Belastingdienst/Toeslagen had de huurtoeslag van een gescheiden vrouw over 2014 vastgesteld op nihil vanwege het vermogen op geblokkeerde jeugdspaarrekeningen van haar minderjarige kinderen. De rechtbank oordeelde dat het spaargeld buiten het vermogen van de vrouw valt en daarom niet meegewogen mag worden bij de huurtoeslag, omdat de rekeningen door haar ouders zijn geopend en beheerd.
De Belastingdienst stelde in hoger beroep dat sprake was van een zelfopgelegde beperking en dat de vrouw bewust had gekozen voor het vastzetten van vermogen, waardoor de hardheidsclausule niet van toepassing zou zijn. De Raad van State verwierp dit standpunt en stelde dat de geblokkeerde spaarrekeningen onder de hardheidsclausule van artikel 9 van Pro de Uitvoeringsregeling Awir vallen, omdat het geld niet beschikbaar is voor de huurder of haar kinderen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het spaargeld van de kinderen buiten het vermogen van de huurder valt en dat de Belastingdienst het bezwaar opnieuw moet behandelen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Belastingdienst wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.