ECLI:NL:RVS:2017:1696
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek om bijstand niet als bijzonder inkomen te beschouwen bij huur- en zorgtoeslag
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen om de in 2013 toegekende bijstand om niet niet als bijzonder inkomen buiten beschouwing te laten bij de bepaling van de huur- en zorgtoeslag. De Belastingdienst had het verzoek van appellant afgewezen en dit werd door de rechtbank bevestigd.
Appellant stelde dat de omzetting van een renteloze lening in bijstand om niet de draagkracht voor 2013 niet verhoogde en daarom buiten het toetsingsinkomen moest blijven. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat deze omzetting geen nabetaling van inkomsten betreft, omdat de aanspraak pas in 2013 is ontstaan. Hierdoor valt het bedrag niet onder de uitzonderingen van artikel 2b Bht.
De Afdeling bevestigt dat de Wet op de zorgtoeslag geen mogelijkheid biedt om bepaalde inkomensbestanddelen buiten beschouwing te laten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank blijft van kracht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.