ECLI:NL:RVS:2017:1699
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot huurtoeslag wegens niet-zelfstandige woonruimte
Appellant had voor de jaren 2013 en 2014 huurtoeslag aangevraagd voor een woonruimte in Rotterdam. De Belastingdienst/Toeslagen herzag de voorschotten naar nihil omdat de woonruimte geen zelfstandige woonruimte betrof.
De rechtbank stelde vast dat de woonruimte inderdaad niet zelfstandig was en verwierp het beroep van appellant op het vertrouwensbeginsel. Appellant stelde in hoger beroep dat een medewerker van de Belastingtelefoon hem had bevestigd recht te hebben op huurtoeslag, maar kon dit niet aantonen met schriftelijke bewijsstukken.
De Raad van State oordeelde dat voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel een concrete en ondubbelzinnige toezegging van een bevoegd persoon vereist is, wat hier ontbrak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.