ECLI:NL:RVS:2017:1707
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek bijzondere situatie bij huurtoeslag 2014 wegens termijnoverschrijding
In deze zaak heeft appellante verzocht om bij de berekening van haar huurtoeslag over 2014 rekening te houden met de afkoop van een ouderdomspensioen als bijzondere situatie. Dit verzoek werd door de Belastingdienst/Toeslagen afgewezen omdat het te laat was ingediend, namelijk na de wettelijke termijn voor het indienen van dergelijke verzoeken. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze afwijzing, waarbij zij aanvoerde dat zij te goeder trouw had gehandeld omdat zij hulp had gekregen van een medewerker van de Belastingdienst bij het invullen van het formulier.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en deze uitspraak werd in hoger beroep door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigd. De Afdeling overwoog dat de wettelijke termijn strikt is en dat geen hardheidsclausule bestaat die een uitzondering kan maken voor te late indiening. Ook het argument van appellante dat zij te goeder trouw was en hulp had gekregen, bood geen grond voor het buiten beschouwing laten van de termijnoverschrijding. Er waren geen concrete toezeggingen gedaan door de medewerker die het gerechtvaardigde vertrouwen konden wekken dat de termijnoverschrijding niet zou worden tegengeworpen.
Verder werd meegewogen dat appellante en haar partner weliswaar chronisch ziek zijn en een schuld bij de Belastingdienst hebben, maar dat deze persoonlijke omstandigheden niet voldoende zijn om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om een bijzondere situatie mee te wegen bij de huurtoeslag 2014 wordt bevestigd.