ECLI:NL:RVS:2017:1718
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kosten bestuursdwang bij onjuist aanbieden afvalstoffen
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 4 juli 2016 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een huisvuilzak te verwijderen die naast een aangewezen inzamelvoorziening was aangetroffen. De kosten van deze bestuursdwang, €126,00, werden op appellante verhaald omdat haar naam- en adresgegevens in de zak waren aangetroffen.
Appellante betwist dat zij de overtreding heeft begaan en stelt dat zij haar afval altijd in de daarvoor bestemde container deponeren, waarbij de aangetroffen zak mogelijk bij het legen van de containers ernaast is gevallen. Volgens het college en de Afdeling bestuursrechtspraak geldt echter het bewijsvermoeden dat degene aan wie het afval kan worden herleid ook de overtreder is, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit niet het geval is.
De Afdeling oordeelt dat het opperen van de mogelijkheid dat de zak ernaast is gevallen onvoldoende is om het bewijsvermoeden te doorbreken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het kostenverhaal bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.