ECLI:NL:RVS:2017:1722
Raad van State
- Herziening
- Th.C. van Sloten
- E. Helder
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot herziening bestuursrechtelijke uitspraak inzake ontgrondingsvergunning afgewezen wegens onredelijke termijn
De Stichting Groen Weert verzocht om herziening van een uitspraak van 25 november 2015 waarin het beroep tegen een besluit van het college van gedeputeerde staten van Limburg over een ontgrondingsvergunning grotendeels was verworpen. De stichting stelde dat het bestreden besluit meer ontgronding toestond dan de oorspronkelijke vergunning, wat gevolgen zou hebben voor het grondwaterpeil en de kwaliteit.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste het verzoek aan de cumulatieve criteria van artikel 8:119 Awb Pro en beoordeelde de ontvankelijkheid. Hoewel er geen wettelijke termijn geldt voor het indienen van een herzieningsverzoek, hanteert de Afdeling een termijn van drie maal zes weken vanwege het belang van rechtszekerheid van meerdere betrokken partijen, waaronder de vergunninghouder.
De stichting bracht verschillende nieuwe feiten en omstandigheden (nova) naar voren, waaronder documenten verkregen via Wob-verzoeken en rapporten. De Afdeling oordeelde echter dat deze nova al langer bekend waren of redelijkerwijs bekend hadden moeten zijn en dat het verzoek niet binnen de gestelde termijn was ingediend.
De stichting gaf aan dat zij door andere procedures was belemmerd in het eerder indienen van het verzoek, maar dit werd niet als voldoende reden geaccepteerd. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het onredelijk laat indienen.