ECLI:NL:RVS:2017:1731
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling had bij besluit van 10 oktober 2016 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris werd afgewezen, gecombineerd met een inreisverbod. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling ongegrond op 1 juni 2017. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 29 juni 2017 besloten dat de vreemdeling niet uitgezet mag worden totdat het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van €495,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde.
Deze voorlopige voorziening is toegekend met inachtneming van eerdere jurisprudentie en de belangen van de vreemdeling gedurende de procedure. De uitspraak waarborgt dat de vreemdeling gedurende het hoger beroep opvang en verstrekkingen kan ontvangen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.