ECLI:NL:RVS:2017:1737
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 3 mei 2017 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 6 juni 2017 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek van de vreemdeling beoordeeld en geoordeeld dat het verzoek om niet uitgezet te worden totdat op het hoger beroep is beslist, gegrond is. Tevens is bepaald dat de vreemdeling gedurende deze periode opvang en verstrekkingen op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers kan ontvangen. De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 30 juni 2017 door voorzieningenrechter G. van der Wiel, in aanwezigheid van griffier H.W. Groeneweg. De voorlopige voorziening biedt de vreemdeling bescherming tegen uitzetting gedurende de behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.