ECLI:NL:RVS:2017:1739

Raad van State

Datum uitspraak
30 juni 2017
Publicatiedatum
3 juli 2017
Zaaknummer
201702748/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak vreemdelingenrecht

De vreemdelingen hebben de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om herziening van de uitspraak van 25 november 2016, waarin hun hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag ongegrond werd verklaard.

De Afdeling heeft het verzoek getoetst aan artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dat herziening mogelijk maakt indien er nieuwe feiten of omstandigheden zijn. Het verzoek bevatte echter geen feiten of omstandigheden die aan deze criteria voldeden.

Daarom is het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 30 juni 2017.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

201702748/1/V1.
Datum uitspraak: 30 juni 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van:
[de vreemdeling A], [de vreemdeling B], en [de vreemdeling C],
verzoekers,
om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 25 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3518.
Procesverloop
De vreemdelingen hebben de Afdeling verzocht de uitspraak van 25 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3518, waarbij het hoger beroep van de vreemdelingen tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 27 september 2016 ongegrond is verklaard, te herzien.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien op grond van in deze bepaling nader omschreven feiten en omstandigheden. Hetgeen in het verzoek is gesteld, valt niet aan te merken als een feit of omstandigheid, als bedoeld in die bepaling.
2.      Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.
3.      Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H.W. Groeneweg, griffier.
w.g. Van der Wiel    w.g. Groeneweg
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2017
32.