ECLI:NL:RVS:2017:1745
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- N. Verheij
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard
De vreemdeling had bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en legde aan de staatssecretaris een termijn op om alsnog te beslissen, met een dwangsom bij overschrijding.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat op grond van artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een ingebrekestelling vereist is voordat beroep kan worden ingesteld tegen het niet tijdig beslissen, tenzij bijzondere omstandigheden dit redelijkerwijs niet vergen.
In deze zaak had de vreemdeling geen ingebrekestelling gestuurd en waren er geen omstandigheden die dit konden rechtvaardigen. Daarom had de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk moeten verklaren. De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk.
Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 3 juli 2017.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een ingebrekestelling.