ECLI:NL:RVS:2017:1786
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schadevergoeding wegens ontbreken vaste standplaats op zaterdagmarkt Almere
Appellante vorderde een schadevergoeding omdat zij in de periode april 2013 tot maart 2015 ten onrechte geen vaste standplaats had op de zaterdagmarkt in Almere. Het college had eerder een vergunning aan een ander verleend en het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit en veroordeelde het college tot betaling van €3000 schadevergoeding.
Appellante stelde in hoger beroep dat de schadevergoeding gebaseerd moest worden op het aantal zaterdagen waarop zij niet kon staan, met een bedrag van €250 per zaterdag, wat zou leiden tot een totaal van €17.500. De Raad van State oordeelde dat appellante de schade onvoldoende had onderbouwd, ondanks verzoeken om accountantsverklaringen en belastingaangiften. Het aanbod om alsnog bewijs te leveren kwam te laat.
Daarom bevestigde de Raad van State het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de schadevergoeding van €3000 is bevestigd.