ECLI:NL:RVS:2017:1841
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en terugwijzing zaak verblijfsvergunning asiel na procedurefout staatssecretaris
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 10 juli 2016 de aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 4 augustus 2016 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris het besluit nam zonder de aangekondigde nationaliteitsverklaring van de vreemdeling af te wachten, wat in strijd was met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Verder stelde de staatssecretaris terecht dat de rechtbank hem niet in de gelegenheid had gesteld om de nationaliteitsverklaring door een onderzoeksbureau te laten onderzoeken, wat een schending van artikel 83 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 inhoudt. Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbehandeling met inachtneming van het hoor en wederhoor.