ECLI:NL:RVS:2017:1893
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C. Kranenburg
- D.J.C. van den Broek
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing tracébesluit spooruitbreiding Rijswijk-Delft Zuid inzake trilling en laagfrequent geluid
De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu stelde op 7 december 2016 het tracébesluit vast voor het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer, waarbij de spoorlijn tussen Rijswijk en Delft Zuid wordt uitgebreid van twee naar vier sporen, deels in een spoortunnel. Appellanten, die kavels nabij het tracé hadden gekocht na de terinzagelegging van het ontwerpbesluit, stelden beroep in tegen het besluit wegens vrees voor trillinghinder en laagfrequent geluid.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellanten geen zienswijzen konden indienen tijdens de terinzagelegging omdat zij toen nog geen belanghebbenden waren, waardoor hun beroep ontvankelijk werd verklaard. Wel werd een deel van het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
De Afdeling beoordeelde de onderzoeken naar trillingen en laagfrequent geluid, waaronder het gebruik van de Beleidsregel trillinghinder spoor en de SBR-Richtlijn B, en concludeerde dat een gebouwspecifieke trillingprognose pas mogelijk is bij een concreet bouwontwerp. De staatssecretaris had voldoende maatregelen getroffen, waaronder een trillingreducerende ballastmat in de tunnel, en aanvullende maatregelen waren niet noodzakelijk. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van enkele mede-indieners is niet-ontvankelijk verklaard; de overige beroepen zijn ongegrond verklaard.