ECLI:NL:RVS:2017:1900
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks betwisting werkzaamheden
De minister legde appellant een boete op van €16.000 wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder de vereiste vergunning. Na bezwaar werd de boete gematigd tot €8.000. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Tijdens een controle op 12 maart 2015 troffen arbeidsinspecteurs een vreemdeling aan die toetjes bereidde in het wokrestaurant van appellant zonder vergunning. Appellant voerde aan dat de vreemdeling niet werkte maar toetjes at en dat de toetjes mogelijk voor een andere snackbar in hetzelfde pand waren bestemd. De rechtbank vond het boeterapport en de waarnemingen van de inspecteurs overtuigend en oordeelde dat de vreemdeling wel degelijk werkzaamheden verrichtte voor appellant.
Appellant stelde verder dat de boete te hoog was gezien de gedeelde ruimte en de geringe verwijtbaarheid. De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende maatregelen had genomen om overtreding te voorkomen en dat de minister de boete passend had vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000 wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder vergunning.