ECLI:NL:RVS:2017:1907
Raad van State
- Herziening
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot herziening van bestuursrechtelijke uitspraak vreemdelingenrecht niet-ontvankelijk verklaard
De vreemdeling verzocht bij brief van 10 maart 2017 om herziening van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 10 april 2015. De rechtbank Den Haag zittingsplaats Rotterdam stuurde dit verzoek door naar de Afdeling. De Afdeling overwoog dat het verzoek ruim één jaar en elf maanden na het moment waarop de vreemdeling redelijkerwijs bekend kon zijn met de nieuwe feiten en omstandigheden was ingediend. Omdat geen bijzondere omstandigheden waren gesteld die een latere indiening rechtvaardigen, werd het verzoek als onredelijk laat beoordeeld.
Op grond van artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat bepaalt dat een beroep dat niet aan een termijn is gebonden niet-ontvankelijk wordt verklaard indien het onredelijk laat is ingediend, oordeelde de Afdeling dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van lid H. Troostwijk op 13 juli 2017.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de bestuursrechtelijke uitspraak in de vreemdelingenzaak is niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke late indiening.