ECLI:NL:RVS:2017:1909
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Lubberdink
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inreisverbod wegens onvoldoende motivering gevaar openbare orde
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 15 oktober 2015 een verzoek van de vreemdeling ingewilligd om zijn ongewenstverklaring op te heffen, maar tegelijkertijd een inreisverbod van drie jaar opgelegd. Dit besluit was gebaseerd op eerdere strafrechtelijke veroordelingen van de vreemdeling in 2004 en 2006 voor bezit van vals reisdocument, verduistering en valsheid in geschrifte.
De vreemdeling stelde beroep in tegen het besluit, maar de rechtbank verklaarde dit beroep ongegrond. In hoger beroep klaagde de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat het enkel verwijzen naar de strafrechtelijke veroordelingen voldoende was om het inreisverbod te rechtvaardigen, terwijl het Unierechtelijke begrip 'gevaar voor de openbare orde' een actuele en voldoende ernstige bedreiging vereist.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde zou vormen door alleen te verwijzen naar de oude veroordelingen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een individuele en actuele beoordeling van het gevaar voor de openbare orde bij het opleggen van inreisverboden en de noodzaak van een deugdelijke motivering door het bestuursorgaan.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het gevaar voor de openbare orde.