ECLI:NL:RVS:2017:1913
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris wees op 10 maart 2016 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De vreemdeling, van Afghaanse nationaliteit, stelde dat hij door zijn oom naar Afghanistan was gebracht en gedwongen werd om in Syrië te vechten, daarnaast was hij slachtoffer van mishandeling en verkrachting door de Taliban en ondervond hij problemen vanwege zijn Hazara etniciteit en sjiitisch geloof. De staatssecretaris achtte delen van zijn verhaal ongeloofwaardig, met name de terugkeer naar Afghanistan alleen met de oom en het vermeende dwang om te vechten in Syrië.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de staatssecretaris het verhaal over de dwang om naar Syrië te gaan ongeloofwaardig achtte. Echter, na eigen toetsing concludeerde de Raad dat het asielverhaal onvoldoende aannemelijk is, mede vanwege tegenstrijdigheden en gebrek aan concrete onderbouwing. Ook het risico op vervolging wegens etniciteit werd niet aannemelijk geacht.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijft in stand.